Samir of LatviaNa de zoektocht van factie pegasus
naar het zwaard Soulwind (voorjaar 1004) zijn zowel Thrando als Samir of Latvia
meegegaan naar de wereld Moralltach. Aangekomen in de hoofdstad Aramon gingen
alle Vortexbezoekers hun eigen weg. De afspraak was om voor de Summoning weer af
te spreken in Elam’s inn, een beroemde herberg in Aramon. Deze afspraak is
echter niet door iedereen nagekomen. Van Thrando is weinig meer vernomen, en
Samir was aan de vooravond van de Summoning helemáál spoorloos. Terwijl
Scorpion, Nathan, Blue-eye en Valendil vertrokken naar de Vortex, kreeg
Royal Protector Sir Nash van de troon de opdracht om Samir op te sporen. Het was
namelijk nadrukkelijk afgesproken dat deze mee zou gaan naar de Summoning.
Daar Samir een enigszins
opvallende verschijning is, was het voor Sir Nash niet moeilijk zijn spoor te
traceren tot de rand van het illustere Yniol woud. Dit woud, dat het grootste
van Moralltach genoemd mag worden, is grotendeels onbewoond. Op enkele
pleisterplaatsen na heeft niemand het gewaagd zich te vestigen in het met
bloedstollende verhalen omgeven duistere geboomte. Vooral het zuidelijke
gedeelte heeft weinig te vrezen van menselijke invloeden, en het spoor van Samir
leidde Sir Nash nu juist naar dat deel van het woud.
Na zich enige moeite getroost te
hebben om een woudgids te vinden die het gebied überhaupt durfde te betreden,
trok de expeditie langzaam maar zeker het dichte naaldbos in. Dagenlang reden en
liepen de soldaten (want het woud was lang niet overal te paard begaanbaar) door
een constante schemering. Samir had schijnbaar geen bestaand pad gevolgd (al
zijn er ook weinig paden in dat deel van Yniol) en al wat Sir Nash en de zijnen
tegenkwamen waren dan ook de dicht opeengepakte donkere eeuwenoude naaldbomen,
en de dode naalden, takken en omgevallen bomen op de grond. Nergens doorbrak een
streepje zonlicht of blauwe lucht het grijsgroene dak. In feite verliep alles
vrij rustig en eentonig, al werd het woud door de expeditieleden als
onnatuurlijk beangstigend ervaren.
Vrij onverwachts betraden de
mannen na ruim een week constante schemering een zonovergoten weide die een
klein loofbosje omringde, waaruit een gigantische eik oprees. Het bijzondere van
deze oase drong direct tot alle aanwezigen door en het verbaasde Sir Nash dan
ook niet dat het spoor van Samir’s paard recht naar het loofbosje leidde en
daar klaarblijkelijk eindigde (het kwam er aan de andere kant niet meer uit).
Uit voorzichtigheid besloot hij samen met vijf van zijn beste mannen het bosje
te gaan verkennen. Wat ze vonden tartte elke beschrijving. De stam van de
gigantische eik en de ruimte eromheen waren bedekt met een taai soort slijm
waarin af en toe een bult te zien was. Bij nadere bestudering bleken deze bulten
een soort cocons waarin wezens opgesloten zaten.
Deze wezens, oorspronkelijk zowel
mensen als elfen dwergen, gnomen, orken, en wezens die geen van de soldaten ooit
eerder hadden gezien, waren vrijwel allemaal misvormd. De een had een paar extra
armen, de ander twee hoofden, er werd een dwerg met een gigantische staart
gevonden, en een ork die twee keer zo groot was als normaal, maar met maar één
oog. Ze waren ook vrijwel allemaal dood. Er werden maar twee gevonden die nog
leefden. Samir, en een onbekende elf van naar schatting ruim een eeuw oud. De
twee werden naar het omringende grasland gebracht, naar het kamp dat in de
tussentijd door de andere soldaten was opgeslagen. Daar, in de door twee
soldaten bewaakte commandotent, werden voorzichtige pogingen gedaan om de twee
wakker te krijgen.
Tegen de avond begonnen zowel elf
als mens enige tekens van bewustzijn te vertonen. Diep in de nacht kreeg Sir
Nash verwarde antwoorden van de elf en hij besloot zich dan ook meer op hem te
concentreren. Naarmate de nacht vorderde ging de elf steeds wakkerder uit zijn
ogen kijken, maar werden zijn antwoorden steeds terughoudender, alsof met zijn
bewustzijn hem ook dingen te binnen waren geschoten waardoor hij Sir Nash niet
vertrouwde. Nash besloot zijn energie te richten op Samir, die ook steeds meer
bij zijn positieven kwam.
Toen hij zijn rug toekeerde naar
de elf, viel deze hem van achter aan. Met de elf om zijn schouders hangend en in
zijn nek bijtend, strompelde hij door de tentopening naar buiten. De
gealarmeerde lijfwachten hielpen Sir Nash om de elf van zich af te werpen.
Alledrie stelden ze zich op in een gevechtshouding terwijl zich voor hun ogen
een gedaanteverwisseling voltrok waarvan hun nekharen overeind gingen staan. De
elf veranderde binnen enkele seconden in een halfbeer met een van pijn en woede
vertrokken gezicht en in verhouding veel te grote klauwen. Andere soldaten
snelden naderbij, maar moesten toekijken hoe Sir Nash en zijn lijfwachten als
stropoppen door de beer door elkaar werden geschud. Na een lans in zijn dij te
hebben gekregen liet de beer de drie lichamen met rust en keerde zich woedend
naar de overige soldaten.
Op het moment dat hij wilde
aanvallen sprong echter een zwarte gedaante van opzij tegen het monster aan en
rolde het omver. Bloedstollend gebrul steeg op uit de kluwen zwarte en bruine
vacht terwijl de soldaten angstig gefascineerd keken naar de strijd. Na enkele
minuten werd het stil, en langzaam stond de zwarte gedaante op. Hij had de
wapenrusting van Samir aan, maar zijn hoofd was dat van een weerwolf. De
soldaten wisten dan ook niet goed wat ze moesten verwachten en hieven hun
wapens. Na enkele passen stortte Samir echter van uitputting tegen de grond
terwijl zijn wolvengezicht grotendeels terugveranderde naar een normaal
mensengelaat. De soldaten besloten het lichaam van de elf-beer, de lichamen van
hun gevallen commandant en zijn lijfwachten en Samir mee te nemen en zo snel
mogelijk terug naar de bewoonde wereld te gaan om verslag uit te brengen.
Samir’s wonden werden verbonden en hij werd vastgebonden op een draagbaar.
Tijdens de terugreis (die
overigens de helft van de tijd werd afgelegd) kwam Samir niet bij bewustzijn.
Wel ijlde hij onophoudelijk over slechte druïdes, experimenten en verminkingen
van “de grove”, het hulpgeroep van “de grove” en de jacht op prooi. Hij
werd opgesloten in de catacomben van Lendra en aldaar onder constante bedwelming
verzorgd door enkele van de knapste heelmeesters van het koninkrijk. Zij stelden
vast dat het hier niet om de gevreesde lycantrophy besmetting ging, maar om iets
onnatuurlijkers. Na enkele dagen liet men Samir bij bewustzijn komen. Hij scheen
geestelijk redelijk rustig, al wilde hij soms nog wel eens van frustratie
grommen naar zijn ondervragers. Hij vertelde hoe hij tijdens zijn reizen door
Moralltach op een gegeven moment een soort mentale hulpkreet had gehoord uit de
richting van het Yniol woud. Hij was ondanks waarschuwingen van de lokale
bevolking het woud ingetrokken.
Naarmate hij dichterbij kwam
ontving hij meer details over de oorsprong en de aard van de hulpkreten. Ze
waren afkomstig van iets genaamd “grove”: een plaats waar de natuur in een
zo’n pure vorm aanwezig was, dat ze op een unieke manier tot bewustzijn was
gekomen. Deze plek was gecreëerd met medewerking van de pas overleden Shaman
van Moralltach, en tot dusver onontdekt door andere mensen. Maar nu waren er
andere natuurpriesters met slechte bedoelingen gekomen en deze gebruikten de
kracht van de grove voor hun egoïstische doeleinden. De grove kon zich tegen
hen niet goed verweren en riep daarom om hulp naar iedereen die ook maar
enigszins voor haar openstond. Velen hadden al gereageerd en waren door de Dark
Druids (want zo noemde dit genootschap zichzelf) overmeesterd en tot
proefpersonen in hun experimenten gemaakt. Zo verging het ook Samir.
Toen de soldaten kwamen waren de
Dark Druids echter al weg, en was het hulpgeroep opgehouden. Samir vermoedde
daarom dat de kracht van de grove door de druïden opgebruikt was. Erg veel is
er niet over doorgevraagd. Elke keer als Samir ertoe gedwongen werd aan zijn
transformatie, of aan het leegzuigen van de grove terug te denken, verschenen er
weer wolfachtige trekken in zijn gezicht.
Een van de leerlingen van de oude Shaman, Nathan Moss, stelde bij een vergadering de kwestie aan de troon voor Samir met zich mee te nemen naar de Vortex, en aldaar aan de grove te vragen wat er aan de conditie van Samir gedaan kon worden. Hij hoopte dat de wolfman zich tot die tijd zou kunnen beheersen. En als dat niet het geval zou blijken, dat Samir zijn woede dan niet op zijn begeleiders zou richten. Samir beloofde zijn best te zullen doen toen hij het voorstel hoorde, maar of een belofte van het beest iets waard is, is zeer de vraag. Hopelijk zal hier na de komende moot een positief antwoord op gegeven kunnen worden.
Hoewel het Samir van tijd tot tijd grote moeite kostte zich te beheersen, met name in de avond en nacht, zijn er maar weinig slachtoffers gevallen tijdens de moot. Met hulp van de Circle of Nature wisten Samir en Nathan een amulet te creëren dat helpt het beest binnenin hem rustig te houden. Samir voelt zich sinds zijn transformatie zo nauw verbonden met de natuur dat hij besloot toe te treden tot de Circle of Nature als Ranger. Het was dan ook een zware klap voor Samir toen de Grove, de heilige eik die volgens de Circle het hart van de natuur is, later die moot verdween door goddelijke inmenging.
Het amulet bleek uiteindelijk niet goed genoeg te werken om Samir's dierlijke kant in bedwang te houden. Tijdens een factiemuster op Moralltach zelf kwam hij in conflict met de Nabilat. In weerwolf-vorm doodde hij een aantal van hen. Vervolgens namen ze wraak door hem levend te begraven. Mensen die hem wilden redden werden door de Nabilat op afstand gehouden of neergeslagen.